“Toen Marco Polo in 1324 op zijn sterfbed lag, vroeg zijn biechtvader hem of hij eindelijk wilde toegeven dat hij had gelogen over zijn reis naar China. Zijn antwoord: “Ik heb niet half verteld wat ik werkelijk heb meegemaakt, omdat ik wist dat mensen het toch niet zouden geloven”. Voor de mensen van toen was het ongelofelijk wat Marco had verteld. Hij had beschreven hoe machtig en rijk de Chinese keizer was, dat hij bij zijn valkenjacht in een paviljoen werd vervoerd gedragen door vier olifanten. Dat hij geld van papier uitgaf dat door de Chinezen ook nog werd geaccepteerd in ruil voor echt waardevolle dingen als parels en juwelen (in Europa dateren de eerste bankbiljetten van 1661).
Wat Marco Polo allemaal had beschreven, was echt waar. Dat geldt ook voor wat mensen met een bijna dood ervaring (BDE) beschrijven. Wat zij beschrijven, klinkt zo ongeloofwaardig, maar toch is het waar. Net als bij Marco Polo was er lange tijd groot ongeloof, maar na dertig jaar wetenschappelijk onderzoek staat als een paal boven water dat BDE-en hele bijzondere ervaringen zijn. In de “serieuze” wetenschap is het inmiddels ook geaccepteerd. Zo zijn de resultaten van een Nederlands onderzoek in The Lancet gepubliceerd, een zeer gerespecteerd internationaal medisch vakblad. Een conclusie uit het onderzoek is, dat het optreden van een BDE niet afhangt van de duur van een hartstilstand of bewusteloosheid. Ook niet van zuurstofgebrek of medicatie. Evenmin was er een relatie met geslacht, godsdienst of opleiding. Kortom, er zat geen aantoonbaar verschil tussen mensen mét BDE en de controlegroep zónder BDE.
Mensen die een BDE krijgen, hebben grote moeite te beschrijven wat ze ervaren. In ieder geval zijn ze allemaal van hun aardse lichaam losgeraakt. Dat gaat heel makkelijk. Ze floepen er zomaar uit! Het is als een stap zetten. Het is zo eenvoudig als ademhalen. Het is als “een frequentie waar je op gaat”, alsof het om een rijweg gaat. Sommige mensen herinneren zich hun ontsnapping uit hun lichaam heel nauwkeurig en kunnen zelfs zeggen dat ze door hun hoofd verdwijnen. Bij andere mensen duurt het even, voordat ze zich realiseren, dat het lichaam dat op de grond of op de operatietafel ligt en soms helemaal is besmeurd met bloed, van henzelf is. Vaak hangen ze daarbij vlak onder het plafond van de operatiekamer. Sommigen schieten door een tunnel of zweven een lichtgevende trap op.
In een aantal gevallen kunnen dit soort uittredingen worden geverifieerd. In een goed gedocumenteerd verhaal zweeft een patiënt uit haar lichaam naar een richel aan de buitenkant van het ziekenhuis. Daar ziet zij een tennisschoen liggen met kenmerkende details. Zij kon niet van de richel of de schoen hebben geweten, omdat ze ’s nachts in het ziekenhuis was binnengebracht. De tennisschoen is later inderdaad teruggevonden.
De meeste BDE-en zijn positief. Mensen voelen zich zeer aangenaam. Ze zijn verlost van hun “vieze” lichaam, want zo voelen ze dat doorgaans. Als ze aan een plek of een persoon denken, kunnen ze er zonder enige moeite heen vliegen. Dat kost geen enkele tijd. Soms zien ze overleden vrienden of familie en regelmatig worden lichtwezens gezien of zelfs het Licht.
Dat Licht schijnt overweldigend te zijn. Het is adembenemend, als een zon, maar dan vele malen mooier en stralender, zonder dat het pijn doet. Het is de krachtigste entiteit die er bestaat. Het heeft allesomvattende, verhelderende inzichten. Het is vervuld van een oneindige liefde. Het omhelst je. Het accepteert je volkomen en onvoorwaardelijk. Het houdt van je, ongeacht wat je ooit hebt gedaan of wat je ooit nog zult doen. En je voelt je volstrekt onwaardig om in deze overweldigende perfectie aanwezig te zijn. Iemand zei dat het Licht zo veelomvattend is, dat iedereen er deel van uitmaakt, al is het maar een heel klein deel. Je kunt het vergelijken met een zandkorrel op het strand: elk mens is als een zandkorrel, terwijl het Licht het hele strand is.
Vaak krijg je in het bijzijn van het Licht je levensoverzicht te zien, waarin je alles wat je ooit hebt gedaan weer herbeleeft. Meer nog, je beleeft ook alles vanuit andere mensen. Je voelt de blijdschap bij anderen voor de lieve dingen die je ooit voor hen hebt gedaan. Maar je voelt ook de pijn en het verdriet dat je anderen hebben aangedaan. Beide voel je tot in de kleinste details. En het Licht wordt nooit boos of bestraffend. Het blijft oneindige liefde naar je uitstralen.
Er is een enorme energie: de energie van God, of hoe je het ook wil noemen. Die energie bestaat uit pure onvoorwaardelijke liefde. Gods wezen is als een collectiviteit. Het is alsof een deel van Gods natuur is opgebouwd uit het collectieve bewustzijn van alle delen van de schepping. Hij is een stuk van ons en wij van Hem. Wij zijn kinderen van God, dus wij zijn ook Godjes. We kunnen alles. Het enige dat ons tegenhoudt is angst. Het is een “tegendraaiende” frequentie. Net als vooroordelen en negatieve gehechtheden. Dat alles is het tegenovergestelde van liefde. Daarom is het voor ons het beste om ons gedrag niet op dit soort negatieve zaken te baseren.
Er is een enorme grote onderlinge verbondenheid: de gehele fysieke schepping (alle mensen, dieren, stenen, planeten, enzovoorts) en de niet-fysieke schepping is onderling verbonden. Het lijkt zelfs alsof dit alles één geest heeft, want tijdens een BDE kunnen we op al onze vragen direct een antwoord krijgen. Alle kennis die waar ook bestaat, is voor iedereen direct en vrijelijk beschikbaar. Het is als een eenheidsuniversum. Alle kennis, alle tijd, alle plaats, alle geest, alles is één groot geheel en het is er voor iedereen.
Iedereen die doodgaat, kan er komen, zonder uitzondering, want we zijn er een natuurlijk deel van. De enige reden waarom sommige mensen een negatieve BDE krijgen, is omdat ze zichzelf van het Licht of de lichte omgeving afsluiten. Als mensen alleen maar bezig zijn met hun eigen ego of gehecht blijven aan de materie, kunnen ze het Licht niet zien. Mensen die zelfmoord plegen, lijken ook grote moeite te hebben de lichte omgeving te vinden. Ze lijken steeds maar weer te worden geconfronteerd met de problemen, waarvoor ze zelfmoord pleegden.
Bob Coppes, mei 2008